Landgoed en buitenplaats
Natuurschoon
Sensationeel in zijn eenvoud en verscheidenheid: dat typeert de natuur op ’t Kluenven. Geen toppen, dalen, gletsjers of watervallen. Gewoon bos, heide, beek en ven zoals je op vele plaatsen in Twente kunt vinden. Op ’t kleine Kluenven is het allemaal te vinden: gewoon bijzonder. Exotische schoonheden zijn er ook: de moerasaronskelken in de Beckumer Buitenbeek die tijdens de bloei in april als een geel lint door bos en hei meanderen.
Natuurterrein
Natuurgebied ’t Kluenven
Heidegoed ’t Kluenven ligt geheel in de Ecologische Hoofdstructuur. Het streven van de provincie is om de Ecologische Hoofdstructuur in 2018 gerealiseerd te hebben. Tevens ligt het heidegoed in de robuuste verbinding “Holterberg-Haaksbergerveen”. Deze is In de rijksnota Ruimte, die begin 2005 is vastgesteld, opgenomen. Robuuste verbindingen zijn brede zones in het landschap die een verbinding vormen tussen grote natuurgebieden. Ze bestaan voor een aanzienlijk deel uit bos en natuur. Het doel van deze verbindingen is om de samenhang tussen de onderdelen van de Ecologische Hoofdstructuur te versterken.
De concept begrenzing van deze robuuste verbinding is opgenomen in het Natuurgebiedsplan 2007. In de loop van 2008 wordt toegewerkt naar de definitieve begrenzing op perceelsniveau. In de conceptbegrenzing zijn de bouwlandpercelen ten westen van het Heidegoed begrensd als nieuwe natuur. Hoofddoelstelling van het beheer is het verhogen van de natuurwaarden op het landgoed en het vergroten van de biodiversiteit. De verschillende natuurtypen bos, heide en natte natuur zullen gehandhaafd blijven. Recreatie en de productie van hout is ondergeschikt aan de natuurdoelstelling. De Twentse Vogelwerkgroep heeft op zich genomen de aanwezige vogels en broedvogels te monitoren. Met de plaatselijke jagersvereniging en hun jachtopziener vindt overleg plaats over de wildstand; ’t Kluenven is zelf niet opengesteld voor de jacht.
Heidegoed ’t Kluenven is een prachtig natuurterrein van ruim 10 hectare waarbinnen veel soorten natuur een een grote diversiteit aan vegetaties voorkomen. Het natuurterrein bestaat uit arm bos, een langgerekt ven, veel gagel, heidevegetatie en jeneverbessen. In 1998 is er een Hydro-ecologisch onderzoek uitgevoerd: “De bossen rondom het ven bestaan voornamelijk uit vochtig Eiken-Berken-bos. Kenmerkende soorten zijn pijpenstrootje, smalle stekelvaren en dopheide”. Op meer afstand van het ven staat droog eiken-berken-bos. Hier groeien de plantensoorten vingerhoedskruid, bochtige smele, blauwe bosbes en zachte witbol. Voorkomende diersoorten zijn onder andere hazen, eekhoorns, egels, hagedissen en circa vijftien reeën. In de herfst schieten allerlei soorten paddenstoelen uit de grond. Voor het Woonhuis ligt een groot meest droog heideterrein en verspreid over het landgoed enkele kleine natte heideveldjes. Dopheide overheerst, maar ook struikheide komt voor. Voorkomende bijzondere plantensoorten zijn blauwe zegge, bronsmos, veenbies, witte snavelbies en kleine zonnedauw. Verspreid over de heidevelden staat de jeneverbes.
Schapen
In samenwerking met een schapenhouder in de buurt is de eigenaar in 2006 begonnen met het bestrijden van de vergrassing op de heide middels begrazing met een kleine kudde schapen. Na raadplegen van experts van onder meer Landschap Overijssel, Ministerie van LNV, de Bosgroep Noordoost Nederland, andere landgoederen en naobers is besloten tot selectief ontbossen om het oorspronkelijke karakter van het grote heideveld ter herstellen. Door kap van opslag en afplaggen van de zandrug tussen beek en ven is in 2007 begonnen het terrein weer terug te brengen naar de staat van zo’n 75 jaar geleden: een wijds heideterrein omgeven door bos. De zandruggen aan weerszijden van het Kluenven waren de laatste decennia door bebossing grotendeels dichtgegroeid. Nu komt de jonge hei weer op. Verwacht wordt dat de schapen een belangrijke rol kunnen spelen, zoals vanouds, bij het behouden van de bestaande en herstelde heideterreinen. Zomer 2009 heeft buurman Stichting Twickel op haar aangrenzende terrein aan de andere kant van de beek ook circa twee hectare ontbost en afgeplagd. Dankzij deze ingrepen door beide eigenaren ontstaat nu weer een middelgroot heideveld van ruim vijf hectaren doorsneden door een beek, met erop een ven en omgeven door 25 hectare bos. Het geeft een aardig beeld hoe het grootste deel van Twente er eeuwen geleden uitzag.
Het erf van ’t Kluenven
Erf en tuin
In 1938 is de firma Copijn ingeschakeld om de tuin en met name het padenstelsel door het bos en over de heide te ontwerpen en aan te leggen. De familie Copijn is sinds 1763 actief met tuinarchitectuur en het kweken van bomen. Europese bekendheid volgde eind 19e eeuw toen de erfgenaam van kasteel de Haar bij Haarzuilens na zijn huwelijk met een meisje Rotschild niet alleen het voorvaderlijk kasteel nieuw liet opbouwen door de architect Berlage, maar ook een volwassen kasteelpark wilde. Copijn voerde de opdracht uit door vanuit heel de provincie Utrecht 7000 volwassen bomen (40-60 jaar) op speciaal gebouwde wagens naar Haarzuilens te laten brengen. Voor klussen op ’t Kluenven kwamen alleen de beste vakmensen in Nederland in aanmerking.
Het gazon voor de loggia, waar de tuinman in de oorlog tabak verbouwde, werd met 400 rozen veranderd in een veel bewonderde rozentuin.Het terrein rondom erf en tuin bestaat uit heide, ven en bos. Dit is gevarieerde natuur, met daarbinnen het padenstelsel dat deze natuur toegankelijk maakt en kenmerkend is voor de buitenplaats.
Water
Het Kluenven achter de buitenplaats
Water heeft een grote invloed op ’t Kluenven. Centraal op het landgoed ligt een vrij groot heideven. In het Speelbos aan de noordzijde liggen een zwemvijver en een speelvijver. De Beckumer Buitenbeek vormt de zuidelijke grens van het landgoed. Water wordt door deze beek snel afgevoerd. Gunstig voor de landbouwgronden die er bovenstrooms op afwateren, maar voor de waterhuishouding op het landgoed stroomt het water te snel weg. In 1938 heeft de eerste eigenaar van landgoed ’t Kluenven een bakstenen stuw laten metselen om het water langer vast te houden. Over het heideterrein lopen een paar geulen richting de Buitenbeek. Waarschijnlijk zijn deze in een vroeger verleden, toen de waterstand veel hoger was, gegraven om bij overvloedige regenval het water sneller af te voeren naar de beek.Het Kluenven ligt ten westen van de gebouwen op het landgoed en is omgeven door hogere dekzandruggen. Het ven was de laatste decennia voor een groot gedeelte dicht gegroeid met riet. Dit rietveld breidt zich, wanneer niet wordt ingegrepen, uit over het hele ven. Dit is een probleem, omdat deze eenzijdige vegetatie hier niet gewenst is. Daarom is in de zomer van 2009, bij lage waterstand, het riet zo veel mogelijk weg gegraven.
Eendenpoel
In de zeer droge zomer van 1946 heeft de bewoner van ’t Kluenven aan zijn tuinman Jan Waanders de opdracht gegeven een eendenpoel te graven in de bodem van het Kluenven. Jan is hier, zo vertelde hij bij een bezoek in 2006, weken lang bezig geweest met schop en kruiwagen. Met het zand uit de bodem heeft hij het eilandje in het ven opgeworpen. Bij het graven van de poel is een gat ontstaan in de ondoorlatende leemlaag in de grond. Toen was dat geen probleem omdat het grondwaterpeil hoger stond dan de bodem van het ven. In latere decennia heeft het waterschap ten behoeve van de landbouw het grondpeil steeds verder teruggebracht. Hierdoor viel het ven bij droogte snel droog, terwijl voorheen het water veel beter werd vastgehouden. Bovendien is de Buitenbeek dieper komen te liggen en draineert daarmee het ven via het grondwater. In 1998 is er een Hydro-ecologisch onderzoek uitgevoerd voor ’t Kluenven. Met de resultaten van dit onderzoek is toen weinig gedaan.
De nieuwe eigenaar heeft dit in 2006 opgepakt door overleg met de onderzoeker, het Waterschap en met name met de stroomopwaarts boerende buren. Na zorgvuldig beraad is besloten tot ingrijpen. In de zomer van 2009 heeft het Waterschap de beekbodem opgehoogd: tot de stuw met een 10 cm dikke lage zand; na de stuw, waar de beekbodem veel dieper was uitgesleten, met pakweg een halve meter. De door de eerste eigenaar in 1938 gebouwde stuw is gerenoveerd; mede vanwege de cultuurhistorische waarde. Stroomafwaarts, waar de beek het bosterrein verlaat, is een hedendaagse vissentrapstuw gerealiseerd. De verwachting is dat door deze ingrepen de ontwatering van het natuurgebied en het ven merkbaar is teruggebracht. Voor verdere verbetering zijn ingrepen in een veel groter gebied nodig. Vroeger werd er door de Beckummer jeugd veel geschaatst op het Kluenven en in de winter 2009/10 is dat voor het eerst sinds decennia weer vele malen gebeurd. Een teken dat de ingrepen werken.
Wateraandachtsgebied
Heidegoed ’t Kluenven valt onder het gebied van Waterschap Vechtstromen. Voor de waterschappen geldt, dat de beleidslijnen Waternood en de Europese Kaderrichtlijn Water (EKW) geïmplementeerd en uitgevoerd dienen te worden. In het kader van deze beleidslijnen heeft het Waterschap een stevige opgave in het realiseren van kwaliteit en kwantiteitsnormen ten aanzien van het waterbeheer. Het beleid van het Waterschap is om de Buitenbeek meer op de natuur af te stemmen en streeft naar een afgestemd beheer voor het gehele traject van de Beckumer Buitenbeek, zowel boven- als onderstrooms ten opzichte van ’t Kluenven.
In het waterhuishoudingplan van de provincie ligt ’t Kluenven gedeeltelijk in “stroomgebied met streefbeeld: kwaliteitswater” en wordt het gehele heidegoed aangeduid met als “wateraandachtsgebied: natuur”. Wateraandachtsgebieden zijn gebieden, waar de in de provinciale omgevingsplannen bepaalde waterdoelen extra aandacht krijgen. Hierbij gaat het om zaken als herinrichting van watergangen, vermindering van verdroging, vergroten van de vochtopnamecapaciteit van de bodem, duurzaam maken van drinkwaterwinningen, retentie van water, de inzet van wateropvanggebieden, etc.
“Kwaliteitswater” gebieden, zijn die stroomgebieden waarbinnen het behoud, herstel of ontwikkeling van, met name natte natuurwaarden binnen de ecologische hoofdstructuur, centraal staan. In deze (stroom)gebieden wordt bij alle aspecten ingezet op een zo natuurlijk mogelijk watersysteem, afgestemd op de aanwezige dan wel te ontwikkelen hoge natuurwaarden. Hierbij horen een ecologische inrichting van oppervlaktewateren, een zo natuurlijk mogelijke waterkringloop en het terugbrengen van emissies tot het vereiste niveau. Als streefjaar van realisatie “kwaliteitswater” hanteert de Provincie 2018.
De “Wateraandachtsgebieden voor natuur” staan in relatie tot de Provinciale ecologische hoofdstructuur en vallen geheel binnen de milieubeschermingsgebieden. Via stimuleringsbeleid zullen maatregelen worden bevorderd gericht op het in stand houden en realiseren van natte (land)natuur, ondersteund door water.De Beckumer Buitenbeek, die de zuidgrens vomt van ’t Kluenven, is aangewezen als “belevingswater”. Daarbij dient de inrichting en het waterbeheer gericht te zijn op landschap en recreatie.
“Kwaliteitswater” gebieden, zijn die stroomgebieden waarbinnen het behoud, herstel of ontwikkeling van, met name natte natuurwaarden binnen de ecologische hoofdstructuur, centraal staan. In deze (stroom)gebieden wordt bij alle aspecten ingezet op een zo natuurlijk mogelijk watersysteem, afgestemd op de aanwezige dan wel te ontwikkelen hoge natuurwaarden. Hierbij horen een ecologische inrichting van oppervlaktewateren, een zo natuurlijk mogelijke waterkringloop en het terugbrengen van emissies tot het vereiste niveau. Als streefjaar van realisatie “kwaliteitswater” hanteert de Provincie 2018.
De “Wateraandachtsgebieden voor natuur” staan in relatie tot de Provinciale ecologische hoofdstructuur en vallen geheel binnen de milieubeschermingsgebieden. Via stimuleringsbeleid zullen maatregelen worden bevorderd gericht op het in stand houden en realiseren van natte (land)natuur, ondersteund door water. De Beckumer Buitenbeek, die de zuidgrens vomt van ’t Kluenven, is aangewezen als “belevingswater”. Daarbij dient de inrichting en het waterbeheer gericht te zijn op landschap en recreatie.
Moerasaronskelken
Bloeiende moerasaronskelken
Bij een buitenplaats horen van oudsher exoten. Op ’t Kluenven zijn dat de moerasaronskelken (Lysichiton americanus) in de Beckumer Buitenbeek. Meegebracht door de Amerikaanse schoondochter van het echtpaar Boom in de jaren ’50 heeft de plant zich in de halve eeuw daarna stroomafwaarts uitgezaaid zodat er nu vele honderden planten staan. Wanneer deze in het vroege voorjaar, meestal in april, bloeien meandert er door het bos een Christo-achtig geel lint boven het wateroppervlak. In Nederland staan deze in Amerikaanse moerassen inheemse planten maar op een paar plaatsen. Onder meer in de Hortus van Universiteit Utrecht, waar tijdens de bloei de bezoekersaantallen pieken. Geïnteresseerden kunnen tijdens een rondleiding of op een open dag komen meegenieten op ’t Kluenven.



